(Dutch below)

Autoplayography

Autoplayography begins with the idea that we are movement. Our lives do not simply take place: they play themselves out. We cannot decide: today, no day, maybe tomorrow. Or: today, not 57. Maybe 13.

When we connect movement to an ontology of play, play becomes more than something we do. It becomes a way of understanding how we relate to the world. Precisely because play has the capacity, within its own field, to turn things around, or to bring the past into the present, for instance, it opens up another field of experience, with different and, moreover, legitimate means at its disposal: exaggeration, for example.

Above all, play is directly and immediately reflexive: we can encounter ourselves within it as we move, act, and play—as we exaggerate, turn things around, and create different combinations. There, within that same real world, these possibilities allow us to have other ‘real’ experiences.

Autoplayography does not try to describe this movement from the outside, but attempts to follow it from within.

Me

Looking back, perhaps my own name was my first encounter with play: a little game initiated by my mother while she was choosing my name.

In the 1960s, the Dutch badminton player Imre Rietveld was among the best in the world. As a result, she regularly appeared on the sports pages of newspapers and on television. In our house, the television was almost always tuned to sport. On Sundays, after the football highlights, there were about ten minutes devoted to ‘the other sports’: indoor sports, hockey, water polo — and, therefore, the world-class performances of Imre Rietveld.

My mother thought Imre was a beautiful name. But it was also a Hungarian boy’s name. Sensitive to the stern judgement of her mother — ‘you’re not going to give a girl a boy’s name, are you?’ — she devised a ruse.

She leafed through What Shall We Call Our Baby?, looking for names beginning with ‘Im’ and ‘Re’. She found: Imara Regina. That would be her daughter’s name. And when people inevitably said, ‘But surely that is far too long for a name?’, she could reply: ‘Exactly. Far too long. We’ll shorten it to Imre.’

When I was sixteen, I changed my name to Imara. I wanted to be seen as a girl, because that was what I was. But that did not always happen. My mother worked as a self-employed hairdresser and kept my curly hair short, mainly because I was not very good at looking after it myself and she was the one who had to comb out the tangles. Earrings did not help much either. They simply made me look like a cheeky little boy.

Combined with my name, the confusion persisted. I was not a girly girl, but neither did I enjoy being mistaken for a boy.

Moving from mavo to havo — a step up within the Dutch secondary-school system — together with a year at an American high school, gave me the opportunity to adopt my own name: Imara. It then took my grandmother about ten years to stop calling me Imre.

Understanding

I am much better at remembering than at understanding.

I also feel that it took me a very long time to truly understand how the different parts of Fink’s thinking fit together: how his ontology of play is connected to his understanding of the human being, his philosophical anthropology, and how this, in turn, forms part of his understanding of the world — his cosmology.

For me, the pleasure of understanding is far greater than the pleasure of remembering and reproducing. Understanding brings with it a kind of release. As though, at last, you have reached the top of a mountain and can look around: How did I get here?

Well, to me, it begins with remembering. Remembering, reproducing, pretending I understand, thinking I know. And then, at some point, something changes. Not. Not yet. And yet, somehow, arriving exactly in the moment: clarity.

Autoplayography

Autoplayography vertrekt vanuit de gedachte dat we beweging zijn. Ons leven vindt niet simpelweg plaats: het speelt zich af. Het ligt niet binnen ons bereik om te besluiten: vandaag even geen dag, misschien morgen. Of: vandaag niet 57. Misschien 13.

Wanneer we beweging verbinden met een ontologie van het spel, wordt spel meer dan iets wat we doen. Het wordt een manier om te begrijpen hoe wij ons tot de wereld verhouden. Juist omdat spel het vermogen heeft om – binnen haar veld – dingen om te keren (om bijvoorbeeld het verleden naar het heden te brengen), opent het een ander ervaringsveld, met andere en bovendien legitieme middelen: overdrijven bijvoorbeeld. Bovenal is spel direct en onmiddellijk reflexief: we kunnen onszelf erin aantreffen terwijl we bewegen, handelen en spelen: overdrijven, zaken omkeren, andere combinaties maken. Daar, binnen diezelfde werkelijke wereld, kunnen we hierdoor andere ‘werkelijke’ ervaringen ervaren.

Autoplayography probeert deze beweging niet van buitenaf te beschrijven, maar probeert haar van binnenuit te volgen.

Mij

Achteraf gezien is mijn eigen naam misschien wel mijn eerste ontmoeting met spel, dankzij mijn moeder.

In de jaren zestig behoorde de Nederlandse badmintonster Imre Rietveld tot de wereldtop. Daardoor verscheen zij regelmatig op de sportpagina’s van kranten en op televisie. In ons gezin stond de tv vrijwel altijd op sport afgestemd. Op zondag, na de samenvattingen van het voetbal, waren er ongeveer tien minuten voor ‘de andere sporten’: zaalsporten, hockey, waterpolo — en dus ook de wereldprestaties van Imre Rietveld.

Mijn moeder vond Imre een prachtige naam. Maar het was ook een Hongaarse jongensnaam. Gevoelig voor het strenge oordeel van haar moeder – ‘je gaat een meisje toch geen jongensnaam geven’ – bedacht ze een list.

Ze bladerde door Hoe noemen we ons kindje?, op zoek naar namen die begonnen met ‘Im’ en ‘Re’. Ze vond: Imara Regina. Zo zou haar dochter gaan heten. En wanneer mensen dan zouden zeggen: ‘Maar dat is toch veel te lang voor een naam?’, kon zij antwoorden: ‘Inderdaad. Veel te lang. We korten het af: Imre.’

Op mijn zestiende veranderde ik mijn naam in Imara. Ik wilde gezien worden als een meisje, omdat ik dat ook was. Dat gebeurde alleen niet altijd. Mijn moeder werkte als zelfstandig kapster en hield mijn krullende haar kort, vooral omdat ik het zelf slecht bijhield en zij degene was die de klitten eruit moest kammen. Oorbellen hielpen ook niet erg. Met oorbellen werd ik simpelweg aangezien voor een bijdehand jongetje.

In combinatie met mijn naam bleef de verwarring bestaan. Ik was geen meisje-meisje, maar ik vond het ook niet prettig om voor een jongen aangezien te worden. De overstap van mavo naar havo, en een jaar high school in Kansas, VS, boden mij de gelegenheid om mijn eigen naam aan te nemen: Imara. Mijn oma heeft er vervolgens ongeveer tien jaar over gedaan om mij niet meer Imre te noemen.

Begrijpen

Ik ben veel beter in onthouden dan in begrijpen.

Voor mijn gevoel heb ik er ook heel lang over gedaan om Finks samenhang werkelijk te begrijpen: hoe zijn ontologie van het spel verbonden is met zijn mensbeeld, zijn wijsgerige antropologie, en hoe die op haar beurt deel uitmaakt van zijn wereldbeeld, kosmologie.

Het genot van begrijpen is voor mij vele malen groter dan dat van onthouden en reproduceren. Begrijpen brengt een soort fraaie ontspanning met zich mee. Alsof je eindelijk op een bergtop staat en om je heen kunt kijken. Hoe ben ik hier helemaal uitgekomen?

Voor mij begint met altijd met onthouden. Onthouden, reproduceren, doen alsof ik het begrijp, en daarna denken dat ik het weet. En dan, op een gegeven moment, verandert er iets: Uitzicht wordt inzicht.

Contact: imara@autoplayography.com